Chris, wat er ook is!

Pesten, wat werkt (niet)?

Afgelopen mei was het relatief groot in het Nederlandse nieuws: van tien veelgebruikte anti-pestprogramma’s blijken er op grond van wetenschappelijk onderzoek maar vier echt goed te werken. En dat terwijl pesten en treiteren een van de meest destructieve vormen van gedrag is waar kinderen soms hun leven lang de gevolgen van ondervinden.

Al jaren was er onduidelijkheid over de vraag of de tientallen anti-pestprogramma’s die op Nederlandse scholen worden gebruikt wel echt zo effectief zijn in het tegengaan van pesten. Effectiviteittoetsing vond niet plaats. Het onderzoek ‘Wat werkt tegen pesten, effectiviteit van kansrijke programma’s tegen pesten in de Nederlandse onderwijspraktijk’ is nu het eerste onderzoek dat hierin duidelijkheid probeert te brengen. Pesten wordt in het onderzoek gedefinieerd als ‘stelselmatige agressie waarbij één of meer personen in een machtspositie proberen een andere persoon fysiek, verbaal of psychologisch schade toe brengen’.

Het onderzoek werd uitgevoerd door vijf Nederlandse universiteiten en het Trimbos Instituut. Tussen 2015 en 2017 werden binnen één schooljaar 8000 kinderen op 352 scholen ondervraagd. De uitkomsten zijn niet mis. Tien veelgebruikte programma’s waren op grond van hun theoretische onderbouwing door de zogenaamde ‘Onafhankelijke Commissie Antipestprogramma’s’ als ‘kansrijk’ gedefinieerd. Daarvan blijken er nu echter volgens de onderzoekers maar vier goed te werken. En laten nu juist de niet-effectieve anti-pestprogramma’s op meer dan de helft van de basisscholen in Nederland worden gebruikt…

De onderzoekers ondervroegen de kinderen vertrouwelijk naar pesten: 69 procent gaf aan niet gepest te worden, 1 op de 14 meerdere keren per week. De onderzoekers stellen dat dat laatste aantal dat hoger is dan eerder werd gedacht. Volgens onderzoeker en hoogleraar ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Utrecht Bram Orobio de Castro, zegt een derde van de gepeste kinderen dit aan niemand verteld te hebben. Van hen wordt 79 procent al meerdere schooljaren gepest. Orobio de Castro: “Dat geeft aan dat kinderen zelf bevragen essentieel is om pestgedrag op scholen in kaart te brengen.” Het onderzoeksrapport stelt: “Kinderen kunnen het beste zelf aangeven of zij ervaren gepest te worden, omdat gepest worden per definitie een subjectieve ervaring is. Doordat pesten veelal voor volwassenen verborgen wordt, hebben kinderen bovendien een beter beeld van pesten tussen medeleerlingen dan leerkrachten of ouders voor wie dit verborgen wordt.”

Uit de resultaten komen grote verschillen tussen scholen en klassen onderling: in sommige klassen wordt geen enkele leerling regelmatig gepest, in andere klassen wordt soms een kwart of meer leerlingen regelmatig gepest. Orobio de Castro pleit ervoor dat leerlingen regelmatiger op pesten worden bevraagd. Nu is dat verplicht één keer per jaar, maar dat zou minimaal twee keer per jaar moeten worden. En als er op scholen blijkt niet gepest te worden, hoeven daar ook geen anti-pestprogramma’s te worden ingezet.

Anti-pestprogramma’s zijn niet verplicht. Scholen mogen zelf uitmaken van welke anti-pestprogramma’s zij gebruik maken. In de praktijk blijken scholen ook deze zogenaamde universele programma’s maar gedeeltelijk uit te voeren. Bovendien, dat niet alle programma’s effectief zijn, betekent niet dat die programma’s helemaal geen positieve uitkomsten hebben. Soms hebben ze namelijk wel een effect op ander probleemgedrag, alleen hebben ze geen aantoonbaar effect op het pesten.

Het betekent dat de lijst op de site van het Nederlands Jeugdinstituut waar zogenaamde ‘kansrijke anti-pestprogramma’s’ staan – en de site die scholen in hun zoektocht naar effectieve programma’s bezoeken – aangepast zal moeten worden. Pas als de niet-effectieve programma’s zich hebben verbeterd en aantoonbaar pesten tegengaan, kunnen zij weer in de lijst genoemd worden. Scholen moeten volgens de eerdergenoemde ‘Onafhankelijke Commissie Antipestprogramma’s’ kunnen aantonen waarom ze van welk anti-pestprogramma gebruikmaken. Volgens commissievoorzitter Daan Wienke is de aanpak van pesten primair de taak van de leerkracht: “Die moet tijdig kunnen signaleren en voorkomen; en als dat onvoldoende blijkt te helpen, kan men kiezen om op te schalen naar een programma.”

Stichting Chris en Voorkom! heeft in haar weerbaarheidsinterventies geen universeel anti-pestprogramma, maar verzorgt wel een anti-pestworkshop dat zich baseert op een van de als effectief gebleken programma’s.

De belangrijkste resultaten van dit onderzoeksproject zijn:

  • Leerlingen worden meer gepest dan zij aan leerkrachten en ouders vertellen.
  • De mate waarin kinderen op school gepest worden, verschilt sterk tussen klassen en scholen.
  • Pesten blijkt in het primair onderwijs binnen een schooljaar te kunnen worden verminderd met specifiek op pesten gerichte programma’s.
  • Universele programma’s worden beperkt uitgevoerd.
  • Pesten verminderen kan.
  • Monitoring van de mate waarin kinderen zelf ervaren dat zij en hun klasgenoten gepest worden is essentieel.
  • Pesten op het voortgezet en speciaal onderwijs is een groot onopgelost probleem.
  • Pesten verminderen kan worden bemoeilijkt door de organisatorische context.
  • Welke werkzame elementen (in of buiten een programma) pesten beïnvloeden is nog onvoldoende duidelijk.

Het onderzoek doet de volgende aanbevelingen:

  • Pesten op school kan en moet in het primair onderwijs effectief tegengegaan worden.
  • Scholen dienen systematisch te monitoren hoe(veel) leerlingen aangegeven gepest te worden en of hun handelen daadwerkelijk pesten vermindert of voorkomt.
  • Effectief omgaan met pesten verdient meer aandacht in de opleiding en ondersteuning van leerkrachten.
  • De afstemming tussen onderwijs, gemeenten en zorg voor jeugd voor individuele kinderen die veel pesten of gepest worden behoeft verbetering.
  • Ontwikkeling en onderzoek naar effectieve aanpakken van pesten in het voortgezet en speciaal onderwijs verdient hoge prioriteit.

Effectieve anti-pestprogramma’s:

  • PRIMA (universeel)*
  • KiVA (universeel)*
  • Taakspel (universeel)*
  • Alles Kidzzz (individueel programma voor specifieke kinderen)

*Bij universele programma’s wordt de hele klas wordt betrokken.

Tekst: Frans Koopmans

9

Laat een reactie achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading...